ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ0238
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Römers
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid commanditaire vennoot wegens schending beheersverbod
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een zaak waarin eiser, als opvolgend werkgever, betaling vorderde van personeelskosten die hij had voorgeschoten aan een werkneemster van de ontbonden commanditaire vennootschap. Eiser stelde dat de commanditaire vennoot zich schuldig had gemaakt aan schending van het beheersverbod uit artikel 20 lid 2 Wetboek Pro van Koophandel, waardoor deze hoofdelijk aansprakelijk zou zijn voor de schulden van de vennootschap.
De rechtbank stelde vast dat eiser een bedrag van €907,87 aan salaris verschuldigd was en dat de commanditaire vennoot onrechtmatig had gehandeld door zich als vertegenwoordiger van de vennootschap te presenteren, onder meer door het medeondertekenen van huur- en beëindigingsovereenkomsten. Dit vormde een overtreding van het beheersverbod, waardoor hoofdelijkheid van aansprakelijkheid ontstond.
De rechtbank mat de contractuele boete van 2 promille per dag naar een eenmalige boete van €20.000 wegens de onbeperkte duur en onredelijkheid. Tevens werd wettelijke handelsrente toegekend vanaf 6 december 2011 en werden proceskosten aan de zijde van eiser toegewezen. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Commanditaire vennoot is hoofdelijk aansprakelijk en veroordeeld tot betaling van personeelskosten, een gematigde boete en rente.