ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ2401
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroepen na geldige intrekking vaststellingsovereenkomst belastingzaken
Belanghebbende had na het sluiten van een vaststellingsovereenkomst met de inspecteur over de waarde van onroerende zaken in box 3 zijn beroepen bij de rechtbank in 2009 ingetrokken. In 2011 verzocht belanghebbende de zaken opnieuw in behandeling te nemen omdat hij stelde dat de overeenkomst onder invloed van dwaling en dwang tot stand was gekomen.
De rechtbank oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig was gesloten. Er was geen bewijs dat de overeenkomst onder dwaling of dwang tot stand was gekomen. De inspecteur had toegelicht dat de WOZ-waarden niet door hem waren vastgesteld, maar dat partijen waren overeengekomen deze waarden te hanteren. Ook was onvoldoende gebleken dat er ongeoorloofde pressie was uitgeoefend op belanghebbende om de overeenkomst te tekenen.
Daarmee was de intrekking van het beroep rechtsgeldig en konden de beroepen niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank wees proceskostenveroordeling af en sprak de uitspraak uit op 25 januari 2013.
Uitkomst: De beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens rechtsgeldige intrekking na geldige vaststellingsovereenkomst.