ECLI:NL:HR:2012:BV0277

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01476
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:24 AwbArt. 6:21 AwbArt. 28b lid 1 Algemene wet inzake rijksbelastingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking cassatieberoep tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in belastingzaak

Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn hoger beroep door het Gerechtshof vanwege overschrijding van de beroepstermijn in een zaak over een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.

Het Hof verving de mondelinge uitspraak door een schriftelijke uitspraak waarop het cassatieberoep geacht werd te zijn gericht. Belanghebbende trok vervolgens het cassatieberoep uitdrukkelijk en ondubbelzinnig in bij brief van 28 februari 2011.

De Hoge Raad oordeelde dat deze intrekking rechtsgeldig was en dat op het ingetrokken beroep niet meer beslist hoeft te worden. Het daaropvolgende cassatieberoep tegen de schriftelijke vervangingsuitspraak werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard na uitdrukkelijke en ondubbelzinnige intrekking door belanghebbende.

Uitspraak

6 januari 2012
nr. 11/01476
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 februari 2011, nr. 10/00091, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
1.1. Het Hof heeft op 10 december 2010 bij mondelinge uitspraak het hoger beroep van belanghebbende wegens overschrijding van de beroepstermijn niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die uitspraak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld.
1.2. Het Hof heeft naar aanleiding daarvan de mondelinge uitspraak op de voet van artikel 28b, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen vervangen door een schriftelijke uitspraak, die is gedaan op 16 februari 2011. Ingevolge voormelde bepaling wordt het beroep in cassatie geacht gericht te zijn tegen deze schriftelijke uitspraak.
1.3. Bij brief van 28 februari 2011 schreef belanghebbende aan de Hoge Raad:
"Hierbij deel ik u mede dat ik het beroep in cassatie intrek."
1.4. Vervolgens heeft belanghebbende bij schrijven van 24 maart 2011 andermaal beroep in cassatie ingesteld, ditmaal tegen de vervangende schriftelijke uitspraak van het Hof.
1.5. Bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van dit beroep in cassatie moet het volgende worden vooropgesteld. Op grond van het bepaalde in artikel 6:24 in Pro verbinding met artikel 6:21 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan het beroep in cassatie door de indiener schriftelijk worden ingetrokken. De verklaring dat het beroep wordt ingetrokken dient, evenals de verklaring dat een grief wordt ingetrokken, uitdrukkelijk en ondubbelzinnig te zijn (vgl. HR 17 maart 2006, nr. 40770, LJN AV5026, BNB 2006/250).
1.6. In het onderhavige geval heeft belanghebbende het beroep in cassatie door zijn hiervoor in 1.3 vermelde verklaring uitdrukkelijk en ondubbelzinnig ingetrokken. Hij heeft zich niet beroepen op enige grond voor aantastbaarheid van die intrekking. Dit brengt mee dat op het rechtsgeldig ingetrokken beroep in cassatie niet beslist hoeft te worden. Het hiervoor in 1.4 bedoelde beroep in cassatie tegen de vervangende schriftelijke uitspraak moet niet-ontvankelijk worden verklaard.
2. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het bij schrijven van 24 maart 2011 ingestelde beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2012.