ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ3892
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar inkomstenbelasting 2009 gegrond verklaard
Belanghebbende diende op 21 december 2011 een bezwaarschrift in tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2009. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van bezwaargronden. Belanghebbende werd echter niet tijdig een nieuwe termijn gegeven om deze gronden alsnog in te dienen, noch werd hij gewezen op de mogelijke niet-ontvankelijkverklaring.
Belanghebbende maakte verzet tegen de uitspraak van de rechtbank die het beroep kennelijk ongegrond verklaarde. De rechtbank stelde vast dat belanghebbende weliswaar niet alle vragen beantwoord kreeg, maar wel meerdere malen gelegenheid had om bezwaargronden in te dienen. De inspecteur had echter nagelaten een laatste termijn te stellen en belanghebbende te waarschuwen voor de consequenties van het niet indienen van gronden.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard en dat de kennelijk ongegrondverklaring van het beroep daarom achterwege had moeten blijven. Het verzet werd gegrond verklaard, waardoor de eerdere uitspraak verviel en de beroepsprocedure werd voortgezet in de stand van vóór die uitspraak. Een proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Het verzet van belanghebbende tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar is gegrond verklaard, waardoor de eerdere uitspraak vervalt en de beroepsprocedure wordt voortgezet.