ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5318
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. de Werd
- D. Hund
- N.C.G. Gubbels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kwalificatie geldleningen en boete in inkomstenbelasting 2009
Belanghebbende verstrekte in 2008 en 2009 meerdere leningen aan ondernemingen, waaronder een achtergestelde lening aan [B BV]. Hij trad daarbij op als onbezoldigd adviseur. De vraag was of deze vorderingen als resultaat uit overige werkzaamheden (box 1) of als vermogensbestanddelen (box 3) moesten worden aangemerkt.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende meer deed dan enkel geldleningen verstrekken, zoals het bezoeken van beurzen en het sluiten van koopovereenkomsten namens [B BV]. Desondanks oordeelde de rechtbank dat de werkzaamheden niet leidden tot een rendement dat normaal actief vermogensbeheer te boven gaat, mede omdat de rentepercentages een normale vergoeding voor het ter beschikking stellen van gelden weerspiegelen.
Daarnaast was in geschil of de vorderingen per 31 december 2009 afgewaardeerd moesten worden vanwege vermeende oninbaarheid. De rechtbank vond dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de ondernemingen op die datum financieel in problemen verkeerden, zodat afwaardering niet gerechtvaardigd was.
Ten slotte werd geoordeeld dat de contractuele boete van €100.000 per 1 januari 2009 als schuld in box 3 moest worden meegenomen, conform een compromis tussen partijen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de aanslag betrof, verminderde het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen, en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank kwalificeert de geldleningen als vermogensbestanddelen in box 3 en neemt de boete van €100.000 als schuld in box 3 mee, waardoor de aanslag wordt verminderd.