ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ7354
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- P.P.M.H. van Hooff
- L.J.A.M. Verhagen-Coopmans
- P.W.A. van Geloven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om minderjarige zoon als getuige te horen in familierechtelijke procedure
In een familierechtelijke procedure heeft de man verzocht om zijn minderjarige zoon als getuige te horen met betrekking tot de vraag of de vrouw samenwoont met haar partner als waren zij gehuwd. De vrouw verzette zich tegen dit verzoek omdat het horen van de zoon een onaanvaardbare belasting voor hem zou betekenen, mede gezien zijn bestaande loyaliteitsconflict.
De rechtbank heeft diverse stukken en rapporten, waaronder een gezinsvoogdrapport en een kinderbeschermingsonderzoek, in overweging genomen. Hieruit bleek dat de zoon een problematische emotionele ontwikkeling doormaakt, een negatief zelfbeeld heeft en ernstig belast wordt door het loyaliteitsconflict tussen zijn ouders. De gezinsvoogd en Raad voor de Kinderbescherming adviseerden om het kind niet als getuige te horen.
De rechtbank overwoog dat het belang van waarheidsvinding moet wijken voor het belang van bescherming van de gezondheid van het kind, conform internationale verdragen zoals het IVRK en het EVRM. Gezien de ernstige nadelige gevolgen voor de zoon wees de rechtbank het verzoek af. De man behoudt de mogelijkheid om andere getuigen te horen en de procedure voort te zetten.
Uitkomst: Verzoek om minderjarige zoon als getuige te horen wordt afgewezen vanwege bescherming van zijn gezondheid en loyaliteitsconflict.