ECLI:NL:RBZWB:2013:CA2669
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W.J. Huige
- W. Brouwer
- M.M. de Werd
- Rechtspraak.nl
Teruggaaf te veel ingehouden loonheffing over bonusparticipatie bij beëindiging dienstverband
Belanghebbende was manager bij een vennootschap binnen een internationaal concern en nam deel aan een managementparticipatieprogramma. Bij beëindiging van zijn dienstverband ontving hij een uitbetaling bestaande uit een 'good leaver payout' en een bonus. De inspecteur hield over de bonusloonheffing in tegen 52%, terwijl belanghebbende betoogde dat dit tarief onjuist was.
De rechtbank stelde vast dat tussen belanghebbende, de werkgever en de inspecteur een vaststellingsovereenkomst bestond die de fiscale kwalificatie van de participatie regelde. Volgens deze overeenkomst moest de grondslag voor loonheffing worden berekend als 50% van de netto-uitbetaling, waarbij de bonusuitkering ook onder deze regeling valt.
De rechtbank verwierp het verweer van belanghebbende dat de participatie tot box 3 behoorde en dat de vaststellingsovereenkomst niet bindend was. Ook werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en kende teruggaaf toe van €41.619,50 aan te veel ingehouden loonheffing. Tevens werden proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verleent teruggaaf van te veel ingehouden loonheffing over de bonusuitkering tegen een tarief van 26%.