ECLI:NL:RBZWB:2013:CA2765
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering aansprakelijkstelling loonheffing wegens vertraagde actie en correcte loonadministratie
Belanghebbende is aansprakelijk gesteld voor niet afgedragen loonheffing door een buitenlandse uitlener in 2002. De ontvanger legde een naheffingsaanslag op, die na bezwaar werd verminderd, maar belanghebbende stelde dat de vordering verjaard was en de grondslag gewijzigd.
De rechtbank oordeelt dat de vordering niet verjaard is, mede door het faillissement van de uitlener en de wettelijke stuiting van de verjaring. De grondslag van de aansprakelijkstelling is niet gewijzigd; het betreft het niet afdragen van loonheffingen door de uitlener.
Belanghebbende betwistte de hoogte van de aanslag, onder meer over de toerekening van loon van een directeur-grootaandeelhouder en het gebruik van het anoniementarief. De rechtbank acht de toerekening en het gebruik van het anoniementarief terecht, maar matigt de aansprakelijkstelling omdat belanghebbende een correcte loonadministratie voerde en de ontvanger onnodig lang wachtte met actie richting belanghebbende.
De rechtbank vermindert de aansprakelijkstelling tot €35.000 en veroordeelt de ontvanger in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer en openlijk uitgesproken op 15 april 2013.
Uitkomst: De aansprakelijkstelling loonheffing wordt verminderd tot €35.000 wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en correcte loonadministratie.