ECLI:NL:RBZWB:2014:1334
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onttrekking aan tenuitvoerlegging vrijheidsstraf
Eiser ontving een bijstandsuitkering maar werd veroordeeld tot vrijheidsstraffen die onherroepelijk waren geworden vóór mei 2011. Na een oproep om zich te melden in een penitentiaire inrichting verscheen eiser niet en werd als voortvluchtig gesignaleerd. De Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente Breda trok de bijstandsuitkering met ingang van juli 2012 in en vorderde de te veel betaalde uitkering over juni 2012 terug.
Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten en voerde onder meer aan dat hij zich had afgemeld wegens gezondheidsklachten en dat hij zich later vrijwillig had gemeld bij de politie. Ook stelde hij dat de Commissie onterecht voorbijging aan door hem overgelegde informatie en dat de beslistermijn was overschreden.
De rechtbank oordeelt dat eiser zich onttrok aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf en dat hij dit niet tijdig aan de Commissie had gemeld. De Commissie mocht daarom de uitkering intrekken en terugvorderen. De rechtbank acht de motivering van het besluit toereikend en wijst het beroep af.
De rechtbank laat het standpunt over de overschrijding van de beslistermijn buiten beschouwing omdat eiser dit niet als beroepsgrond aanvoerde. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.