ECLI:NL:CRVB:2012:BY3507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging AOW-pensioen wegens vermeende onttrekking aan vrijheidsstraf
Betrokkene ontving sinds maart 2007 een AOW-pensioen. Dit pensioen werd per 1 november 2011 beëindigd door de SVB op grond van artikel 8c, tweede lid, van de AOW, omdat werd aangenomen dat betrokkene zich onttrok aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf. Betrokkene voerde aan dat hij zich niet onttrok en dat hij op grond van mededelingen van justitiële instanties mocht aannemen dat hij zijn straf niet hoefde te ondergaan.
De voorzieningenrechter vernietigde het besluit van de SVB omdat onvoldoende was beoordeeld of betrokkene zich daadwerkelijk onttrok en omdat betrokkene niet vooraf de gelegenheid had gekregen te reageren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de SVB wel bevoegd is om te beoordelen of sprake is van onttrekking, maar niet verplicht is vooraf een vooraankondiging te doen. Wel moet de SVB zorgvuldig zijn en nader onderzoek verrichten als betrokkene gemotiveerd betwist dat hij zich onttrekt.
In deze zaak was onvoldoende onderbouwd of betrokkene zich daadwerkelijk onttrok. De SVB had nagelaten te onderzoeken waarom de officier van justitie dacht dat betrokkene geen straf meer hoefde te ondergaan en moest nader onderzoek doen naar beslissingen van justitiële organen over de tenuitvoerlegging. De Raad droeg de SVB op binnen tien weken het besluit te herstellen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep draagt de Sociale Verzekeringsbank op het besluit tot beëindiging van het AOW-pensioen te herstellen na nader onderzoek naar de onttrekking aan de tenuitvoerlegging van de straf.