Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende was in 2008 gehuwd en deed in 2010 aangifte inkomstenbelasting waarbij het negatieve saldo van de eigen woning gedeeltelijk aan hem en zijn ex-echtgenote werd toegerekend. De inspecteur corrigeerde dit saldo en legde aanslagen op met een andere verdeling. Belanghebbende en zijn ex-echtgenote deden in 2012 een herziene aangifte, die de inspecteur als bezwaarschrift aanmerkte en niet-ontvankelijk verklaarde wegens termijnoverschrijding.
Belanghebbende stelde dat er een afspraak was met de inspecteur over de toerekening van het negatieve saldo en dat de aanslagen ambtshalve herzien moesten worden. Tevens voerde hij aan dat beroep mogelijk was bij de belastingrechter tegen de afwijzing van het verzoek om ambtshalve vermindering. De rechtbank oordeelde dat tegen de afwijzing van een dergelijk verzoek geen beroep openstaat bij de belastingrechter en dat de burgerlijke rechter bevoegd is.
De rechtbank wees het beroep af omdat het bezwaarschrift te laat was ingediend en geen rechtvaardiging voor de termijnoverschrijding was gegeven. Het beroep tegen de uitspraak op bezwaar werd ongegrond verklaard en het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om ambtshalve vermindering niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de uitspraak op bezwaar werd ongegrond verklaard en het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om ambtshalve vermindering niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.