ECLI:NL:HR:2006:AT3051
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Geen bezwaar mogelijk tegen ambtshalve vermindering van belastingaanslag
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, die ambtshalve door de Inspecteur werd verminderd. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze vermindering, maar dit bezwaar werd door de Inspecteur afgewezen. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk en wees ook het verzet af. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad stelde vast dat een ambtshalve verleende vermindering van een aanslag niet kwalificeert als een voor bezwaar vatbare beschikking volgens artikel 23 lid 1 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Tegen een dergelijke vermindering staat geen bezwaar open; de enige mogelijkheid is een civiele procedure. Daarom had de Inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren.
Omdat het beroep van belanghebbende niets anders kan opleveren dan niet-ontvankelijkheid, verklaarde de Hoge Raad het beroep gegrond, vernietigde de uitspraken van het Hof en de Inspecteur, en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Tevens werd belanghebbende het betaalde griffierecht vergoed. De Hoge Raad gaf hiermee een duidelijke uitleg over de rechtsmiddelen tegen ambtshalve verminderingen van belastingaanslagen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de ambtshalve verleende vermindering van de belastingaanslag is niet-ontvankelijk verklaard.