Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende vormde een herinvesteringsreserve (hir) na verkoop van oude onroerende zaken in 2005, maar de inspecteur stelde dat geen herinvesteringsvoornemen bestond en corrigeerde de winst. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij na vervreemding van de oude onroerende zaken een herinvesteringsvoornemen had. De omstandigheden waren te algemeen en de financiële middelen ontbraken om tot feitelijke herinvestering over te gaan.
Daarnaast werden accountants- en advieskosten ter grootte van €71.108 als niet-zakelijk aangemerkt omdat deze betrekking hadden op privéaangelegenheden van de voormalige aandeelhouder. De rechtbank bevestigde dat de inspecteur terecht de herinvesteringsreserve liet vrijvallen en de kosten corrigeerde.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 21 maart 2014.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een aannemelijk herinvesteringsvoornemen en niet-zakelijke kosten.