Eiseres is eigenaar en verhuurder van een recreatiewoning op Parc Patersven. Het college legde haar een last onder dwangsom op om de permanente bewoning van haar woning te beëindigen, omdat vijf personen volgens de GBA permanent in de woning verbleven. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat zij de woning via een professionele verhuurbemiddelingsmaatschappij verhuurt en zelf geen bemoeienis heeft met de huurders.
De rechtbank stelt vast dat de huurders inderdaad permanent in strijd met het bestemmingsplan gebruik maken van de woning. Echter, eiseres kan niet als overtreder worden aangemerkt omdat zij geen directe invloed heeft op de overtreding en de verhuur volledig is uitbesteed aan een bemiddelaar met volmacht. De rechtbank volgt de vaste rechtspraak dat alleen degene die het voorschrift schendt en het in zijn macht heeft om de overtreding te beëindigen als overtreder kan worden aangemerkt.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en wijst het beroep van eiseres toe. Het verzoek van de derde partij om handhavend op te treden tegen eiseres wordt alsnog afgewezen. Het betaalde griffierecht wordt aan eiseres vergoed. Er worden geen proceskosten toegekend.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 15 mei 2014. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.