Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[eiser sub 1],
1.[gedaagde sub 1],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 11 december 2013,
- het proces-verbaal van comparitie van 26 februari 2014.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eisers, erfgenamen van de overleden mevrouw [erflaatster], verkochten een woning te Goes aan gedaagden voor €575.000. De koopovereenkomst bevatte bepalingen over bankgarantie, ingebrekestelling, ontbinding en boetebedingen bij niet-nakoming. Gedaagden slaagden er niet in de financiering rond te krijgen en voldeden niet aan hun verplichtingen, ondanks meerdere uitsteltermijnen.
Eisers stelden gedaagden in gebreke en ontbonden de koopovereenkomst nadat gedaagden niet aan de verplichtingen hadden voldaan. Eisers vorderden betaling van een boete van €57.500, een aanvullende boete van 3 promille per dag over de koopsom vanaf het verzuim, en een vergoeding voor gederfde inkomsten. Gedaagden betwistten de boetes en voerden onder meer aan dat zij niet in verzuim waren en dat de boetes gematigd moesten worden.
De rechtbank oordeelde dat gedaagden wel degelijk in verzuim waren na de ingebrekestelling en dat de boetes terecht zijn opgelegd. De aanvullende boete werd vastgesteld op €25.875, lager dan gevorderd, omdat de termijn voor verzuim was verlengd. Het beroep op matiging werd afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en de gebruikelijkheid van de boetebedingen in onroerendgoedkoopovereenkomsten.
De vordering tot vergoeding van de overeengekomen maandelijkse vergoeding van €1.000 werd toegewezen. De overige schadevorderingen werden aangehouden voor nadere onderbouwing. De rechtbank veroordeelde gedaagden hoofdelijk tot betaling van de boetes en rente en verwees de zaak naar een rolzitting voor nadere bewijslevering.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van de boetes en rente wegens niet-nakoming van de koopovereenkomst.