Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, een autobedrijf, kreeg twee naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting opgelegd wegens het rijden zonder geldige handelaarskentekenplaten met een auto uit de bedrijfsvoorraad. Beide naheffingsaanslagen werden gevolgd door verzuimboetes van 100% van het naheffingsbedrag. Belanghebbende betwistte de aanslagen en boetes en voerde onder meer aan dat de boetes onterecht zijn omdat dezelfde feiten tweemaal worden bestraft en dat de directeur ten tijde van de overtredingen in het buitenland verbleef.
De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd omdat de auto zonder geldige handelaarsplaten op de openbare weg werd gebruikt en dat belanghebbende als houder verantwoordelijk blijft zolang de auto op haar naam staat. De dubbele naheffingsaanslagen zijn toegestaan omdat de constateringen op verschillende dagen plaatsvonden. Ten aanzien van de boetes stelde de rechtbank vast dat het ging om twee verschillende feiten, namelijk het niet voldoen aan de voorwaarden van de handelaarsregeling op twee verschillende data.
Hoewel de directeur niet kon toezien op naleving vanwege verblijf in het buitenland, is dit geen reden voor afwezigheid van alle schuld. Wel matigde de rechtbank de boete voor het tweede verzuim tot 50% wegens dubbele bestraffing binnen een korte periode. Het beroep werd verder ongegrond verklaard en de rechtbank gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De verzuimboete voor het tweede verzuim wordt gematigd tot €208, de overige beroepen worden ongegrond verklaard.