ECLI:NL:RBZWB:2014:4201
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek naturalisatie wegens ontbreken geldig buitenlands reisdocument
Eiser heeft een verzoek tot naturalisatie ingediend voor zichzelf en zijn minderjarige zoon, dat door de staatssecretaris is afgewezen wegens het niet overleggen van een geldig buitenlands reisdocument. Eiser betoogde dat hij door deregistratieproblematiek en zijn Armeense etniciteit niet in staat was de benodigde documenten te verkrijgen en dat reizen naar Azerbeidzjan gevaarlijk voor hem zou zijn.
De rechtbank overwoog dat het verlenen van het Nederlanderschap een zaak van groot gewicht is waarbij de identiteit en nationaliteit van de verzoeker zorgvuldig moeten worden vastgesteld. De staatssecretaris is bevoegd bewijs te verlangen en hanteert daarbij redelijke beleidsregels zoals vastgelegd in de Handleiding bij de Rijkswet op het Nederlanderschap.
De rechtbank stelde vast dat eiser houder is van een reguliere verblijfsvergunning en in beginsel een geldig buitenlands paspoort moet overleggen. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij in bewijsnood verkeert, omdat hij niet met objectieve en verifieerbare bewijsstukken heeft aangetoond dat hij al het mogelijke heeft gedaan om een geldig reisdocument te verkrijgen. Ook het feit dat zijn zoon in Nederland is geboren, doet hieraan niet af.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is het verzoek om naturalisatie afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een geldig buitenlands reisdocument en onvoldoende bewijs van bewijsnood.