Uitspraak
200802629/1) de redelijke termijn in zaken als de onderhavige aanvangt op het moment dat het bestuursorgaan het bezwaarschrift ontvangt. Sedert de ontvangst door de minister van het bezwaarschrift van [verzoeker] op 18 januari 2007 tegen het besluit van 12 december 2006 waren ten tijde van de uitspraak van de rechtbank van 14 juli 2008 geen twee jaren verstreken. Reeds hierom is, anders dan de rechtbank heeft overwogen, het tijdsverloop in de onderhavige zaak niet zodanig lang dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank heeft onder die omstandigheid evenzeer ten onrechte overwogen dat de bij [verzoeker] geleden immateriële schade, ten bedrage van € 3.000,00, voor vergoeding in aanmerking komt en dat de minister de door [verzoeker] vanaf augustus 2005 betaalde leges voor de behandeling van zijn aanvragen tot het verlengen van zijn verblijfsvergunning dient te vergoeden.