Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende B.V. had in 2005 en 2007 een herinvesteringsreserve (HIR) gevormd op grond van de Wet IB 2001. In 2010 werd de HIR vrijgevallen omdat de herinvesteringstermijn van drie jaar was verstreken. Belanghebbende stelde dat de termijn moest worden verlengd vanwege een begin van uitvoering van de herinvestering in een boomkronenpad.
De rechtbank onderzocht of in 2010 voldoende concrete afspraken en een concreet voornemen bestonden om te investeren in het boomkronenpad. De enige onderbouwing was een concept e-mail die niet verzonden bleek te zijn. Latere gebeurtenissen en onderhandelingen waren niet relevant voor het oordeel over 2010.
De rechtbank concludeerde dat niet was aangetoond dat sprake was van een begin van uitvoering en dat daardoor de herinvesteringstermijn niet verlengd kon worden. De aanslag vennootschapsbelasting en verliesverrekening van de inspecteur bleven gehandhaafd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de aanslag vennootschapsbelasting inclusief vrijval herinvesteringsreserve.