Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
- 3 september 2012 tot 22 januari 2013
- 13 februari 2013 tot 18 april 2013
- 18 mei 2013 tot 11 juli 2013 en
- 16 september 2013 tot 6 december 2013.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende is houder van een personenauto waarvan het kenteken in meerdere perioden was geschorst. Ondanks de schorsingen maakte belanghebbende op 10 juli 2013 gebruik van de weg met de auto. De inspecteur legde daarop een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een vergrijpboete op. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag en boete.
De rechtbank constateert dat belanghebbende niet in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord, terwijl dit volgens het Besluit Fiscaal Bestuursrecht en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wel had moeten gebeuren. De inspecteur heeft nagelaten contact op te nemen nadat belanghebbende niet op een uitnodiging reageerde, wat een schending van de hoorplicht oplevert.
Omdat partijen van mening verschillen over de feiten en er sprake is van een boete, is belanghebbende door het niet-horen benadeeld. De rechtbank past de bestuurlijke lus toe en schorst de behandeling van de zaak. De inspecteur krijgt acht weken de tijd om belanghebbende alsnog te horen en te berichten of dit leidt tot wijziging van de uitspraken op bezwaar.
De tussenuitspraak is op 25 juli 2014 gedaan door rechter M.M. de Werd en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: De behandeling van de zaak wordt geschorst en de inspecteur krijgt de gelegenheid belanghebbende alsnog te horen.