Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van het geding
2.Het verzoek
3.De beoordeling
- aanpassingen in tekst of inhoud van het Sociaal Plan;
- omstandigheden die ingaan tegen de garantie dat reorganisaties niet leiden tot gedwongen ontslagen, onder andere bij de werknemer die, zonder dat het hem te verwijten valt, niet in de nieuwe Amphia-organisatie is in te passen en voor wie via detachering ook geen plaatsing buiten Amphia mogelijk blijkt;
- onvoorziene omstandigheden die ingaan tegen onverkorte handhaving van het bepaalde in het Sociaal Plan.
- in het sociaal plan is niet bepaald dat Amphia niet tot ontbinding kan komen;
- in het sociaal plan is niet de concrete garantie opgenomen dat herplaatsing moet slagen; er is een reële termijn voor herplaatsing bepaald van 2 x 6 maanden;
- het sociaal plan dient redelijk te worden uitgelegd. Het kan niet zo zijn dat Amphia tot het einde van de looptijd van het sociaal plan, dus tot 1 september 2016, de arbeidsovereenkomst niet zou kunnen beëindigen;
- uit artikel 2 sub Pro e (halfjaarlijks bestuurlijk overleg over toepassing van het sociaal plan) blijkt dat het niet zo is dat werknemersorganisaties – en dus in het verlengde daarvan werknemers – kunnen aangeven dat er niets kan en mag gebeuren;
- voor zover niet uit de tekst en bedoeling van het sociaal plan voortvloeit dat beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor Amphia mogelijk moet kunnen zijn, beroept Amphia zich op de redelijkheid en billijkheid bij de uitleg van het sociaal plan en op de volgende onvoorziene omstandigheden:
- aanpassingen in tekst of inhoud van het Sociaal Plan;
- omstandigheden die ingaan tegen de garantie dat reorganisaties niet leiden tot gedwongen ontslagen, onder andere bij de werknemer die, zonder dat het hem te verwijten valt, niet in de nieuwe Amphia-organisatie is in te passen en voor wie via detachering ook geen plaatsing buiten Amphia mogelijk blijkt;
- onvoorziene omstandigheden die ingaan tegen onverkorte handhaving van het bepaalde in het Sociaal Plan.