Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- de processtukken zoals opgenomen in het dossier van de rechtbank in de hoofdzaak;
- het wrakingsverzoek van verzoekers van 25 juni 2014;
- het wrakingsverzoek van [gedaagde] van 23 juni 2014 ingediend door
- de schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek met bijlagen van de gewraakte voorzieningenrechter van 30 juni 2014;
- de pleitnota van verzoekers, overgelegd en voorgedragen ter zitting van 21 augustus 2014.
2.Het verzoek
3.Feiten
4.Standpunten partijen
- de voorzieningenrechter bij de beslissing om geen uitstel van de zitting te verlenen gebruik heeft gemaakt van informatie uit een dossier in een andere zaak, zonder dat verzoekers van deze informatie kennis hebben kunnen nemen dan wel de mogelijkheid hebben gehad om op deze informatie te reageren, zodat geen hoor en wederhoor is toegepast;
- de voorzieningenrechter niet alleen ambtshalve heeft kennis genomen van een wrakingsbeslissing uit een andere zaak, maar van meer informatie uit die zaak gebruik heeft gemaakt, hetgeen blijkt uit de toezending van het e-mailbericht van de voorzieningenrechter naar het e-mailadresadres van [verzoeker 1]. Onduidelijk is van welke informatie de voorzieningenrechter nog meer kennis heeft genomen, zodat het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden.
- de verwijzing naar een andere zaak een openbare uitspraak van de wrakingskamer van deze rechtbank betrof, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder nummer ECLI-nummer: NL:RBZWB:2014:3324, zodat hoor en wederhoor niet aan de orde waren en partijdigheid daar evenmin uit kan worden afgeleid;
- het e-mailadres van [verzoeker 1] ambtshalve bekend is bij de griffie vanwege eerdere procedures inzake [gedaagde] en dat dit e-mailadres enkel is gebruikt om [verzoeker 1] te informeren over de doorgang van de zitting, zodat hij zich tijdig kon voorbereiden.
5.Motivering
6.Beslissing
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat de behandeling van de zaak met zaak- en rolnummer: 3105634 VV EXPL 14-62 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.