Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- de processtukken in na te noemen procedure, waaronder het proces-verbaal van de in die procedure gehouden terechtzitting van de voorzieningenrechter mr. A.G.H.M. Bennenbroek van 11 april 2014, waarin vermeld het door de gemachtigde van verzoekster, Hes, voornoemd, mondeling gedaan wrakingsverzoek;
- de hierop op 16 april 2014 ingekomen schriftelijke reactie van mr. Bennenbroek, voornoemd;
- de pleitnoties met producties van de gemachtigde van verzoekster, en
- de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer op 6 mei 2014, waarbij zijn verschenen namens verzoekster, haar gemachtigde Hes, en [eisende partij], eisende partij in de na te noemen procedure, bijgestaan haar gemachtigde Th.A. Vermolen.
2.Het verzoek
3.De gronden van wraking
4.Het standpunt van de voorzieningenrechter
5.Het standpunt van [eisende partij] c.s.
6.De beoordeling en de gronden daarvoor
7.De beslissing
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat de behandeling van de zaak met procedurenummer 2924322 VV EXPL 14-32 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.