Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft in tien jaar acht keer met succes bezwaar en beroep aangetekend tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, waaronder ook het onderhavige jaar 2014. Hij vordert een immateriële schadevergoeding van € 1.000 wegens de spanning en frustratie die dit herhaald onrechtmatig handelen van de heffingsambtenaar bij hem heeft veroorzaakt.
De rechtbank overweegt dat hoewel er in dergelijke situaties sprake kan zijn van psychisch onbehagen en gevoelens van gekwetstheid, belanghebbende niet heeft aangetoond dat hij zodanig geestelijk letsel heeft geleden dat sprake is van ernstige inbreuken op zijn persoonlijke levenssfeer of persoonlijkheidsrechten. De enkele omstandigheid van herhaald succes bij bezwaar is onvoldoende om dit te onderbouwen.
Op grond van artikel 8:88 van Pro de Awb en artikel 6:106 BW Pro wordt aansluiting gezocht bij het civielrechtelijk schadevergoedingsrecht. De rechtbank concludeert dat het verzoek om immateriële schadevergoeding daarom moet worden afgewezen. Er worden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. de Werd op 17 maart 2015 in Breda.
Uitkomst: Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens herhaald onrechtmatig handelen wordt afgewezen.