Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2011, maar diende dit bezwaar ruim na de wettelijke termijn in. De rechtbank oordeelt dat het vermoeden dat de aanslag op het juiste adres is ontvangen niet is ontzenuwd door belanghebbende, die bovendien niet is verschenen om zijn stellingen toe te lichten.
Het verzoek om uitstel van de zitting werd afgewezen omdat de aangevoerde reden onvoldoende zwaarwegend was. De rechtbank verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk en vernietigt de uitspraak op bezwaar, die ten onrechte ontvankelijkheid had aangenomen.
Verder wees de rechtbank de vordering tot toekenning van een dwangsom af, omdat geen dwangsombeschikking was genomen en belanghebbende de inspecteur niet in gebreke had gesteld. Klachten over beslaglegging en verrekening konden niet in deze procedure worden behandeld.
De inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan op 26 maart 2015 en kan binnen zes weken worden aangevochten bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.