Belanghebbende, opgericht in 2013 en startende werkgever, werd door de inspecteur aangemerkt als kleine werkgever voor de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas 2014, waardoor een premiepercentage van 5,40% werd toegepast. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze indeling en stelde dat zij op grond van de toelichting bij het Besluit gedifferentieerde premie Werkhervattingskas 2014 gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de toepassing van het rekenpercentage voor grote werkgevers.
De rechtbank stelde vast dat het premieplichtig loon van belanghebbende van € 4.000.000 bij 300 werknemers in beginsel duidt op een grote werkgever. De inspecteur had belanghebbende standaard als kleine werkgever ingedeeld vanwege het ontbreken van loongegevens uit 2012. De rechtbank oordeelde dat de toelichting bij het besluit, als officiële bekendmaking in de Staatscourant, het gerechtvaardigde vertrouwen van belanghebbende heeft gewekt dat zij als grote werkgever wordt behandeld.
De rechtbank vond dat het vertrouwensbeginsel was geschonden en dat de inspecteur ten onrechte de kleine werkgeverspremie had toegepast. De verschuldigde loonheffing dient daarom te worden herrekend met toepassing van het rekenpercentage voor grote werkgevers zoals bepaald in artikel 2.17 van het Besluit Wfsv. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.