Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 22 mei 2015 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
en [naam eiseres](eiseres), te [woonplaats], tezamen eisers,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eisers hadden een bijstandsuitkering ontvangen van de gemeente Tilburg, maar maakten geen melding van onroerend goed in Turkije. Het college startte een onderzoek in het kader van het project 'Onderzoek naar vermogen in het buitenland', waarbij werd vastgesteld dat eisers over twee woningen beschikten die niet waren opgegeven.
Het college schortte de uitkering op en trok deze later in, gevolgd door een terugvordering van ten onrechte betaalde bijstand. Eisers voerden aan dat het onderzoek discriminerend was en in strijd met diverse nationale en internationale rechtsbeginselen, en dat het onderzoek onrechtmatig was uitgevoerd door een commercieel bedrijf en een Turkse advocaat.
De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was tot het onderzoek en dat het gebruik van risicoprofielen geoorloofd is. Er was geen sprake van ongeoorloofde discriminatie of disproportionele inbreuk op het privéleven. Het onderzoek was niet in strijd met Turkse wetgeving en het inschakelen van een commercieel bedrijf was toegestaan.
Eisers hadden de inlichtingenplicht geschonden door het niet melden van het onroerend goed en hadden onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij recht hadden op bijstand. De intrekking en terugvordering van de uitkering waren daarom terecht. Het beroep tegen de opschorting werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het geen feitelijke betekenis meer had.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard; het beroep tegen de opschorting niet-ontvankelijk.