Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 24 juli 2015 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , te [woonplaats] , eiser,
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
34 (..)
35 Uit de begunstigingsclausule volgt derhalve dat Bulgaarse onderdanen op de genoemde datum het recht hadden om toegang te krijgen tot de arbeidsmarkt onder voorwaarden die niet strenger waren dan de in richtlijn 2004/114 voor onderdanen van derde landen genoemde voorwaarden. Wanneer aan een student die onderdaan is van een derde land toegang tot de Oostenrijkse arbeidsmarkt moet worden verleend volgens de modaliteiten van richtlijn 2004/114, dient dus een dergelijke toegang aan een Bulgaarse student te worden verleend onder voorwaarden die minstens even gunstig zijn en dient laatstgenoemde bovendien voorrang te krijgen boven een student die onderdaan is van een derde land.”
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit;
- wijst het verzoek om schadevergoeding toe in die zin dat de minister de wettelijke rente over de betaalde boete vergoedt;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 167,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 980,-.