Eiser werd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beboet wegens het laten verrichten van arbeid door Roemeense werknemers zonder tewerkstellingsvergunning (twv). De rechtbank stelt vast dat eiser het werkgeverschap niet betwist, maar dat de eis van een twv voor Roemenen niet gerechtvaardigd is vanwege de begunstigingsclausule in punt 14 van Bijlage VII van het Toetredingsverdrag.
De rechtbank overweegt dat het vrije verkeer van werknemers binnen de EU geldt en dat Roemenen als lidstaatburgers voorrang moeten krijgen boven werknemers uit derde landen. De minister had geen boete mogen opleggen omdat de twv-eis voor Roemenen strenger is dan voor onderdanen van derde landen zoals Japan, die geen twv hoeven te overleggen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding toe, bestaande uit wettelijke rente over de betaalde boete, en veroordeelt de minister in de proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt dat de begunstigingsclausule in het Toetredingsverdrag de nationale regelgeving overstijgt.