ECLI:NL:RVS:2014:4701
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluiten wegens strijd met meestbegunstigingsclausule in vreemdelingenarbeid
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde op 6 maart 2013 boetes op aan drie Japanse vreemdelingen en hun werkgevers wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boetes werden later verlaagd, maar de rechtbank verklaarde het beroep van de werkgevers gegrond en vernietigde een van de besluiten.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de werkgevers incidenteel hoger beroep instelden. De kern van het geschil betrof de uitleg van de meestbegunstigingsclausule uit het Nederlands-Japans Verdrag en het Nederlands-Zwitsers Tractaat, en de vraag of voor de tewerkstelling van Japanse vreemdelingen een tewerkstellingsvergunning (twv) vereist is.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het twv-vereiste in strijd is met de meestbegunstigingsclausule, die de Japanse onderdanen gelijkstelt aan de meest begunstigde natie, inclusief het recht op arbeid in loondienst. De minister kon niet aannemelijk maken dat latere overeenstemming over de uitlegging van verdragen dit zou wijzigen op de datum van de overtredingen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de minister ongegrond en het incidenteel hoger beroep van de werkgevers gegrond. De boetebesluiten werden vernietigd en herroepen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de werkgevers, met een verhoogde wegingsfactor vanwege de complexiteit van de zaak.
Uitkomst: De boetebesluiten wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen werden vernietigd wegens strijd met de meestbegunstigingsclausule, en de minister werd veroordeeld tot proceskostenvergoeding.