Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
23 februari 2000. In de ruimte voor stempel en beconnummer belastingconsulent is een stempel geplaatst van [belastingconsulent] (hierna: de belastingconsulent). Het aangegeven belastbaar inkomen is ƒ 25.744
Mededeling’inzake de aanslag ib/pvv voor het jaar 1998 is belanghebbende een acceptgiro gestuurd op het voornoemd adres.
Uit de reeks van geselecteerde criteria en de vastgestelde feiten, welke blijken uit verklaringen en bijlagen, zijn wij tot de conclusie gekomen dat [belanghebbende] zijn woonplaats in ieder geval tot de datum van overlijden ( [datum] -2000) van [B] had op het adres [adres 2] te [plaats X].”
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
Mededeling’–op de hoogte is geraakt van het bestaan van de aanslagen.
f29.000 zodat de aanslag moet worden vernietigd.
5.Proceskosten
6.Schadevergoeding
7.Beslissing
ƒ 450.306, waarvan ƒ 424.565 te belasten naar een tarief van 25% en vermindert de beschikking heffingsrente dienovereenkomstig (procedure 13/2905);
€ 1.224.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: