Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
f55.223, uit te gaan van een belastbaar inkomen van ƒ 500.000 uit contante opnames, ook in aanmerking nemend – aangezien de inspecteur een beroep op interne compensatie heeft gedaan – dat belanghebbende de zakelijkheid van de in 2.10.2 genoemde autokosten niet heeft aangetoond. In het onder 2.10. weergegeven rapport wordt ervan uitgegaan dat sprake is geweest van onttrekkingen door belanghebbende aan [A BV]. Dat lijkt de rechtbank een redelijk uitgangspunt. Dat betekent dat het bijzondere tarief van 25% van toepassing is op dit bedrag van
f500.000.
f55.223). Niet is gesteld of gebleken dat belanghebbende ook werkzaamheden buiten Nederland verrichte. Belanghebbende was premieplichtig voor de volksverzekeringen omdat hij ter zake van de in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting was onderworpen (artikel 6, eerste lid AOW e.a.). Hetgeen is overwogen voor de inkomstenbelasting geldt dan ook voor de pvv.
f500.000 belast naar een tarief van 25%.
5.Proceskosten
6.Schadevergoeding
7.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover die betrekking heeft op de aanslag en de heffingsrente;
- vermindert de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 555.223 waarvan
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: