Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, directeur en 50% aandeelhouder van [A BV], verstrekte in 2010 een lening aan deze vennootschap, die een fors negatief eigen vermogen had en herhaaldelijk verlies leed. De inspecteur stelde dat deze lening onzakelijk was omdat geen zakelijke rente werd bedongen, geen zekerheden werden gesteld en de vennootschap structureel verlies leed.
De rechtbank stelde vast dat de inspecteur de bewijslast droeg en dat hij aannemelijk had gemaakt dat een onafhankelijke derde onder dezelfde voorwaarden geen lening zou hebben verstrekt. De rekening-courantovereenkomst bood geen afdoende zekerheid en de zekerheden die andere geldgevers bedongen, ontbraken bij belanghebbende. De stellingen van belanghebbende over gunstige vooruitzichten en vergelijkbare leningen van derden werden onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank verwierp het beroep van belanghebbende en verklaarde het beroep ongegrond. Het verlies op de lening kon niet ten laste van het inkomen uit werk en woning worden gebracht, en de aanslag was correct opgelegd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het verlies op de lening wordt niet ten laste van het inkomen uit werk en woning gebracht.