Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende bracht in zijn aangifte inkomstenbelasting 2009 een verlies van €47.000 op beleggingen in durfkapitaal in aftrek, betrekking hebbend op een lening aan zijn zoon. De inspecteur corrigeerde dit via een navorderingsaanslag omdat geen beschikking als bedoeld in artikel 6.8 lid 3 Wet IB 2001 was afgegeven.
De rechtbank oordeelt dat er geen nieuw feit is dat navordering rechtvaardigt. De adviseur van belanghebbende was op de hoogte van de wettelijke voorwaarden en bracht het verlies ondanks het ontbreken van een beschikking toch in aftrek, wat als kwade trouw wordt aangemerkt. Deze kwade trouw wordt toegerekend aan belanghebbende.
Daarom is de navorderingsaanslag terecht opgelegd en is het verlies niet aftrekbaar. Het beroep wordt ongegrond verklaard. De inspecteur bevestigde dat binnenkort een beschikking zal worden afgegeven, maar dat verandert niets aan de huidige situatie.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat geen beschikking aanwezig is en de adviseur te kwader trouw was.