Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
- Dient de definitieve aanslag te worden vernietigd omdat reeds eerder een primitieve aanslag is opgelegd?
- Is de opbrengstlimiet overschreden?
- Dient voor de berekening van de leges uitgegaan te worden van de feitelijke bouwkosten? Meer bijzonder is in geschil op welk bedrag de bouwkosten als grondslag voor de berekening van de leges moeten worden vastgesteld.
- Kosten voor externe adviezen heeft te maken met het inhuren door de gemeente van externe adviseurs;
- Invoeringskosten Wabo heeft maken met ICT kosten;
- Kosten voor verbeterprogramma dienstverlening heeft te maken met progressie die de gemeente wil maken door te kijken of er efficiencyvoordeel behaald kan worden;
- Fictieve btw heeft betrekking op het BTW‑compensatiefonds.
“3.3.2. Het Hof heeft terecht tot uitgangspunt genomen hetgeen is overwogen in de onderdelen 3.2.1 tot en met 3.2.5 van het arrest van de Hoge Raad van 24 april 2009, nr. 07/12961, ECLI:NL:HR:2009:BI1968, BNB 2009/159 (hierna: het arrest BNB 2009/159). Met hetgeen aldaar is overwogen omtrent de stelplicht van de heffingsambtenaar, heeft de Hoge Raad rekening willen houden met de omstandigheid dat de belanghebbende in de regel geen toegang heeft tot de gegevens die hij nodig heeft om voldoende gemotiveerd feiten te stellen die meebrengen dat de opbrengstlimiet is overschreden. Dit laat onverlet, zoals in de zojuist genoemde overwegingen ook is benadrukt, dat de bewijslast ten aanzien van de feitelijke onderbouwing van het beroep op limietoverschrijding op de belanghebbende rust.
.Dit geldt ook voor de post ‘overige kosten bouwvergunningen’, na de toelichting daarop van de heffingsambtenaar. Overigens verdient daarbij opmerking dat zelfs als het volledige bedrag van de ‘overige kosten bouwvergunningen’ ten onrechte zou zijn aangemerkt als ‘last ter zake’, de opbrengstlimiet ook dan niet overschreden is, aangezien de resterende geraamde lasten nog steeds hoger zijn dan de geraamde baten.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;