Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van gedeputeerde staten (GS) van Zeeland om een ontheffing te verlenen voor het reguleren van de populatieomvang van damherten in de gebieden Kop van Schouwen en Manteling van Walcheren. GS baseerde het besluit op het Faunabeheerplan en diverse Alterra-rapporten, waarin streefstanden voor damhertenpopulaties zijn vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat het verlenen van een ontheffing op grond van artikel 68, eerste lid, van de Flora- en faunawet slechts is toegestaan indien aannemelijk is dat er daadwerkelijk problemen zijn met het welzijn van de populaties. Uit het bestreden besluit en de onderliggende rapporten blijkt echter dat GS onvoldoende heeft aangetoond dat dergelijke welzijnsproblemen aanwezig zijn. De rapporten richten zich vooral op het voorkomen van schade aan landbouwgronden en verkeersveiligheid, niet op het welzijn van de dieren.
Gezien het beschermde karakter van het damhert en het uitgangspunt dat ontheffingen slechts bij uitzondering mogen worden verleend, concludeert de rechtbank dat het besluit niet deugdelijk is gemotiveerd en berust op een onvoldoende feitelijke grondslag. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en draagt GS op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.