De Stichting Platform Keelbos heeft bezwaar gemaakt tegen een omgevingsvergunning die aan een vergunninghouder is verleend voor het plaatsen van een omheining rondom een bosperceel te Goirle. De stichting stelt dat haar statutaire doelstelling, het openhouden van homo-ontmoetingsplaatsen, door deze vergunning wordt geraakt.
De rechtbank heeft eerst ambtshalve de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld. Volgens de Algemene wet bestuursrecht kan alleen een belanghebbende bezwaar maken. De rechtbank oordeelt dat de stichting niet als belanghebbende kan worden aangemerkt, omdat het begrip homo-ontmoetingsplaats niet objectief begrensd is en de statutaire doelstellingen van de stichting te algemeen zijn.
De rechtbank volgt vaste jurisprudentie dat een rechtspersoon cumulatief aan drie eisen moet voldoen om belanghebbende te zijn: de belangen moeten krachtens de doelstellingen, blijkens de feitelijke werkzaamheden en in het bijzonder worden behartigd. De stichting voldoet niet aan de eerste eis omdat haar doelstellingen onvoldoende onderscheidend zijn.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt zij de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.