Uitspraak
200706005/1).
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Gelderland verleende op 28 juni 2007 een vergunning voor de uitbreiding van de veestapel van een veehouderij nabij de Veluwe, een speciale beschermingszone. De Stichting Openbare Ruimte maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. De Stichting stelde beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de Stichting als belanghebbende kon worden aangemerkt. De Afdeling oordeelde dat het statutaire doel van de Stichting te algemeen was en dat haar feitelijke werkzaamheden vooral bestonden uit het voeren van bestuursrechtelijke procedures en het indienen van verzoeken tot handhaving, wat niet als feitelijke werkzaamheden in de zin van de Awb kon worden beschouwd. Hierdoor behartigt de Stichting geen rechtstreeks bij het besluit betrokken algemeen of collectief belang in het bijzonder.
De Afdeling stelde vast dat de Stichting geen bundeling van individuele belangen tot stand brengt die effectieve rechtsbescherming biedt en concludeerde dat de Stichting niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. Het college had het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd, het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk verklaard en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bezwaar niet-ontvankelijk en het besluit vernietigd wegens ontbreken van belanghebbendheid van de Stichting.