ECLI:NL:RBZWB:2016:12
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken ingebrekestelling dwangsomverzoek
Eiser stelde beroep in tegen het uitblijven van een beslissing op een ingebrekestelling met betrekking tot een dwangsomverzoek. De rechtbank onderzocht of de brief van 3 april 2015 als geldige ingebrekestelling kon worden aangemerkt. Het college ontkende de geldigheid omdat eiser zijn gemachtigde niet zou hebben gemachtigd voor deze procedure. De rechtbank oordeelde dat een afzonderlijke ingebrekestelling vereist is voor het niet tijdig beslissen op een dwangsomverzoek.
De rechtbank stelde vast dat het college de brief van 3 april 2015 had ontvangen, maar dat deze niet als ingebrekestelling kon gelden omdat deze gericht was tegen het uitblijven van een besluit op bezwaar en niet specifiek op het dwangsomverzoek. Omdat eiser voorafgaand aan het beroep geen aparte ingebrekestelling had ingediend, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank benadrukte dat het bestuursorgaan uit eigen beweging moet beslissen over de verschuldigdheid en hoogte van een dwangsom binnen de wettelijke termijnen. Hoewel het college nog moet beslissen over de dwangsom, achtte de rechtbank het geschil naar verwachting beperkt van omvang en vertrouwt zij erop dat partijen dit zelfstandig kunnen oplossen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige ingebrekestelling voor het dwangsomverzoek.