ECLI:NL:RBZWB:2016:1298
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens voortzetting strijdige nevenwerkzaamheden ondanks overgangstermijn
Eiser was ambtenaar bij Orionis Walcheren en had toestemming voor nevenwerkzaamheden die na een fusie werden ingetrokken met een overgangstermijn van acht maanden om deze te beëindigen. Ondanks deze termijn heeft eiser zijn strijdige nevenwerkzaamheden voortgezet, wat door Orionis werd aangemerkt als ernstig plichtsverzuim.
De rechtbank stelde vast dat de gedragingen van eiser voldoende waren komen vast te staan en dat het plichtsverzuim aan hem kon worden toegerekend. Eiser voerde aan dat hij zijn cliënten niet bij andere bureaus kon onderbrengen en dat hij een zorgplicht had, maar dit weerhield hem niet van de verplichting de werkzaamheden te staken.
De rechtbank oordeelde dat Orionis bevoegd was om disciplinair te straffen en dat het ontslag niet onevenredig was gezien de ernst van het plichtsverzuim. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel faalden, mede omdat eerdere uitspraken hierover in rechte vaststaan.
Eiser had onvoldoende onderbouwd dat zijn belangen zwaarder moesten wegen dan die van Orionis, ondanks zijn lange dienstverband, leeftijd en contractuele verplichtingen. De rechtbank concludeerde dat de opgelegde straf van ontslag passend was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het ontslag wegens ernstig plichtsverzuim bevestigd.