Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding,
- de brief van Gerco van 1 maart 2016 met de producties genummerd 1 tot en met 5,
- de pleitnota van Gerco,
- de pleitnota van Laurentius.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak stond centraal of de vereniging Laurentius, als private aanbestedende partij, de inschrijvingstermijn mocht verlengen nadat één inschrijver door verkeersproblemen te laat arriveerde.
Laurentius had vier partijen uitgenodigd een offerte in te dienen voor brandwerende werkzaamheden. Op de uiterste inleverdatum waren drie inschrijvers aanwezig, waarna Laurentius besloot te wachten op de vierde inschrijver, D&D Brandwerende Applicaties, die later arriveerde. De inschrijvingstermijn werd daarmee feitelijk verlengd.
Gerco Brandpreventie, een van de inschrijvers, stelde dat dit in strijd was met het gelijkheidsbeginsel en dat de inschrijving van D&D ongeldig verklaard moest worden. Laurentius voerde aan dat zij als private partij niet gebonden was aan aanbestedingsregels en vrij was de procedure vorm te geven.
De rechtbank overwoog dat Laurentius niet als aanbestedende dienst in de zin van de Aanbestedingswet moest worden beschouwd en dat de verhouding tussen partijen werd beheerst door redelijkheid en billijkheid. Omdat de andere inschrijvers stilzwijgend hadden ingestemd met het uitstel, was de verlenging gerechtvaardigd. De gevorderde voorzieningen werden afgewezen en Gerco werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat Laurentius de inschrijvingstermijn terecht mocht verlengen en wijst de vorderingen van Gerco af.