ECLI:NL:RBZWB:2016:1850
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verklaring van rijvaardigheid wegens vermoedelijke fraude bij praktijkexamen
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het CBR tot intrekking van haar verklaring van rijvaardigheid, omdat zij volgens het CBR ten onrechte was geslaagd voor het praktijkexamen. Het CBR baseerde het besluit op een politieonderzoek waaruit bleek dat een examinator in samenwerking met meerdere rijscholen kandidaten onterecht liet slagen.
De rechtbank oordeelde dat het CBR bevoegd is om de verklaring in te trekken, ook zonder expliciete wettelijke grondslag, en dat de bewijslast bij het CBR ligt. Het CBR gebruikte indicatoren uit het politieonderzoek om aannemelijk te maken dat de verklaring ten onrechte was afgegeven. Vier indicatoren waren op eiseres van toepassing, waaronder het afleggen van examen bij een verdachte rijschool en examinator, de grote afstand tussen woonplaats en examenlocatie, en het wisselen van rijschool na meerdere niet geslaagde examens.
De rechtbank vond dat het CBR in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik heeft gemaakt en dat het belang van verkeersveiligheid zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van eiseres. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de intrekking van haar verklaring van rijvaardigheid wordt ongegrond verklaard.