ECLI:NL:RVS:2017:1555
Raad van State
- Hoger beroep
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verklaring van rijvaardigheid na fraudeonderzoek CBR
Appellante behaalde in 2013 haar rijbewijs via een rijschool in Den Helder. Medio 2014 startte het CBR een onderzoek naar fraude tussen een examinator en meerdere rijscholen, waarbij kandidaten onterecht geslaagd zouden zijn. De politie stelde indicatoren op om verdachte gevallen te identificeren, waaronder het afleggen van examen bij de verdachte examinator en via verdachte rijscholen, evenals grote afstand tussen woonplaats en rijschool.
Appellante viel onder vier van deze indicatoren, waaronder het volgen van rijlessen op bijna 200 km afstand van haar woonplaats en het overstappen naar een verdachte rijschool na meerdere onsuccesvolle examens. Het CBR trok daarop haar verklaring van rijvaardigheid in. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, wat zij in hoger beroep aanvocht met onder meer het argument dat zij niet bij de verdachte examinator was geslaagd.
De Raad van State oordeelt dat appellante dit nieuwe verweer in hoger beroep niet mag inbrengen en dat het CBR aannemelijk heeft gemaakt dat de verklaring ten onrechte is afgegeven. De Raad benadrukt dat het CBR niet sluitend bewijs hoeft te leveren, maar dat de combinatie van indicatoren voldoende twijfel schept over de rijvaardigheid. Appellante slaagt er niet in deze twijfel weg te nemen. De intrekking wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de verklaring van rijvaardigheid van appellante.