Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 28 april 2016 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
.De staatssecretaris is daar volgens eiser aan voorbijgegaan.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft het beroep van een ambtenaar tegen het besluit van de staatssecretaris van Financiën tot oplegging van strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim. De ambtenaar werd verweten de Belastingdienstsystemen te hebben geraadpleegd voor privédoeleinden en interne informatie aan derden te hebben verstrekt, naast het invullen van aangiften voor particulieren en diverse houding- en gedragsaspecten.
De rechtbank stelt vast dat de ambtenaar herhaaldelijk heeft toegegeven de systemen voor niet-werkgerelateerde doeleinden te hebben geraadpleegd, onder meer op verzoek van familieleden, en dat hij recidiveerde ondanks eerdere waarschuwingen. Daarnaast heeft hij meer nevenwerkzaamheden verricht dan toegestaan en heeft hij werk en privé onvoldoende gescheiden gehouden. De ambtenaar heeft zich niet adequaat verantwoorden kunnen of willen, ondanks geboden mogelijkheden.
De rechtbank oordeelt dat de gedragingen plichtsverzuim opleveren dat aan de ambtenaar kan worden toegerekend en dat de opgelegde disciplinaire maatregel van strafontslag proportioneel en gerechtvaardigd is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van de ambtenaar wordt ongegrond verklaard en het besluit tot strafontslag wordt bevestigd.