Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De inspecteur heeft aan belanghebbende een informatiebeschikking opgelegd met betrekking tot navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2008 tot en met 2012. Deze beschikking werd gehandhaafd na bezwaar. Belanghebbende stelde beroep in tegen deze beschikking omdat zij van mening was dat de informatieplicht niet was geschonden.
De rechtbank stelde vast dat de inspecteur op grond van beschikbare gegevens redelijkerwijs kon aannemen dat de gevraagde informatie over buitenlandse bankrekeningen relevant was voor de belastingheffing. Belanghebbende had de vragen van de inspecteur niet adequaat beantwoord door slechts te stellen dat de aangiften correct waren gedaan.
De rechtbank oordeelde daarom dat de informatiebeschikking terecht was gegeven en stelde belanghebbende een termijn van twee weken na verzending van de uitspraak om alsnog de gevraagde informatie te verstrekken. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de informatiebeschikking wordt ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt twee weken om alsnog de gevraagde informatie te verstrekken.