Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de in rekening gebrachte leges tot een bedrag van € 9.769,44;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 992;
2.Gronden
“6.11 Autowerkplaats, voor onderhoud (vracht)auto’s”, waardoor voor de berekening van de leges is uitgegaan van een forfaitair bepaald bedrag aan bouwkosten van € 1.453.800.
“Artikel 2 Belastbaar Pro feitOnder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:a. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;(…)een en ander genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.(…)
“2.2.2. Begripsbepaling bouwkosten
“6.11 Autowerkplaats, voor onderhoud (vracht)auto’s”. Het is aan de heffingsambtenaar om te onderbouwen dat het bouwwerk in de juiste categorie is ingedeeld. Naar het oordeel van de rechtbank is de heffingsambtenaar daarin niet geslaagd. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;