Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, een betaald-voetbalclub, kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor de crisisheffing 2013 op grond van artikel 32bd van de Wet op de loonbelasting 1964. De naheffingsaanslag bedroeg €75.104 vanwege het niet tijdig voldoen van de crisisheffing over het loon van werknemers met een hoog salaris.
De rechtbank toetste de rechtmatigheid van deze naheffingsaanslag aan de hand van recente arresten van de Hoge Raad, waarin werd bevestigd dat de crisisheffing een wettelijke grondslag heeft en niet in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Belanghebbende stelde dat de heffing een individuele buitensporige last vormde, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De rechtbank overwoog dat de crisisheffing 1,4% bedroeg van de totale loonsom, wat niet buitensporig is. Ook de positieve resultaten van belanghebbende in het betreffende en voorgaande boekjaar wezen niet op een buitensporige last. Uitstel van betaling en overleg met de Belastingdienst en KNVB waren onvoldoende om het beroep te steunen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de naheffingsaanslag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag crisisheffing 2013 is ongegrond verklaard.