Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De vordering tot tenuitvoerlegging
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan hetgeen hem is tenlastegelegd;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verdachte werd beschuldigd van het bedreigen van een persoon en/of de Nederlandse bevolking met een terroristisch misdrijf via WhatsApp-berichten in juli 2016. De officier van justitie stelde dat verdachte met voorwaardelijke opzet had gepoogd vrees aan te jagen, mede gezien de timing rond de Vierdaagse van Nijmegen en eerdere bedreigingen.
De verdediging voerde aan dat verdachte de Nederlandse taal slecht beheerst en de berichten slechts aan zijn reclasseringswerker had gestuurd, die zich niet bedreigd voelde. Verdachte had geen opzet om anderen dan zichzelf te bedreigen en de berichten waren uitingen van frustratie over zijn verblijfsvergunning.
De rechtbank oordeelde dat de bedreigde persoon niet daadwerkelijk bedreigd was en dat de Nederlandse bevolking de berichten niet had bereikt. De teksten waren moeilijk leesbaar en konden verschillend worden geïnterpreteerd. Er was geen wettig en overtuigend bewijs dat verdachte het opzet had om te bedreigen of vrees aan te jagen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastegelegde bedreiging en de poging daartoe. Tevens wees zij de vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straffen af.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van opzet en onvoldoende bewijs voor bedreiging met een terroristisch misdrijf.