ECLI:NL:RBZWB:2016:8440
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht op grond van de Zorgverzekeringswet bevestigd ondanks buitenlandse zorgverzekering
Eiseres had beroep ingesteld tegen boetes opgelegd door het Zorginstituut wegens het niet afsluiten van een Nederlandse zorgverzekering voor zichzelf en haar minderjarige kinderen. Zij stelde dat haar buitenlandse zorgverzekering voldoende dekking bood en dat de verzekeringsplicht een ongeoorloofde belemmering vormde voor het vrije verkeer van diensten.
De rechtbank oordeelde dat eiseres en haar kinderen verplicht zijn een zorgverzekering af te sluiten volgens de Zorgverzekeringswet (Zvw). De buitenlandse verzekering voldeed niet aan de Nederlandse eisen omdat deze niet was gemeld bij de Nederlandse Zorgautoriteit. De verzekeringsplicht vormt geen ongeoorloofde belemmering voor het vrije verkeer van diensten, aangezien buitenlandse verzekeraars vrij zijn om zich te melden.
De rechtbank verwierp de stellingen van eiseres over rechtvaardigingsgronden, bijzondere omstandigheden en excessiviteit van de boetes. Ook was er geen aanleiding voor het Zorginstituut om af te zien van het opleggen van boetes. De beroepen werden ongegrond verklaard en de boetes gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de verzekeringsplicht en de opgelegde boetes.