Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 27 februari 2017 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[Naam eiser2](eiseres), te [woonplaats] , eisers,
Procesverloop
Overwegingen
[Naam gedragskundige] zich tegelijkertijd heeft beperkt tot de vraag welk zorgprofiel het meest overeenkomt met de situatie van [Naam jeugdige] . Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat
€ 1.050,-. Het pgb tarief van € 1.050,- dat geldt voor de intensiteit duurzaam is gebaseerd op een periode van vier weken. De hoogte van het totale bedrag aan pgb dat op basis van deze intensiteit wordt toegekend, is afhankelijk van het aantal tranches dat wordt ingezet (maximaal 13 per jaar). De rechtbank overweegt dat op basis van de voorliggende stukken niet inzichtelijk is hoe bovenvermelde tarieven tot stand zijn gekomen. Ter zitting kon het college daarover ook geen uitsluitsel geven, anders dan dat de tarieven overeenkomen met de kosten die door de gemeente worden gemaakt voor het inkopen van jeugdhulp bij de verschillende zorgaanbieders. Bij gebreke van objectieve gegevens is onvoldoende inzichtelijk of eisers de door [Naam jeugdige] benodigde jeugdhulp daadwerkelijk met het toegekende bedrag aan pgb kunnen inkopen.
1 punt voor het indienen van het beroepschrift tegen het bestreden besluit (met een waarde per punt van € 495,- en een wegingsfactor 1) en 1 punt voor het verschijnen ter zitting (met een waarde per punt van € 495,-, en een wegingsfactor 1).
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit van 1 november 2016 gegrond en vernietigt dit besluit;
- draagt het college een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- treft een voorlopige voorziening inhoudende dat aan eisers een pgb wordt verstrekt overeenkomstig hetgeen onder 12 van deze uitspraak is vastgesteld;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 168,- aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.113,75.