Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV over het vastgestelde dagloon voor zijn WW-uitkering, stellende dat het nieuwe Dagloonbesluit een inbreuk maakt op zijn eigendomsrecht en dat de oude dagloongarantie van toepassing zou moeten zijn.
De rechtbank analyseerde de wettelijke bepalingen, waaronder artikel 1b van de WW en het Dagloonbesluit, en concludeerde dat het Dagloonbesluit binnen de wettelijke kaders blijft en niet in strijd is met het loondervingsbeginsel. De situatie van eiser verschilt wezenlijk van eerdere jurisprudentie waarop hij zich beroept, omdat hij vanuit werkloosheid een baan aanvaardde.
Het beroep op het eerste protocol van het EVRM werd eveneens verworpen, omdat dit protocol geen aanspraak op een uitkering van bepaalde hoogte beschermt. De rechtbank wees het beroep ongegrond en het verzoek om schadevergoeding af, en bevestigde de vaststelling van het dagloon door het UWV.